Elsevier verwondert zich over ontwikkeling Nederlandse taal
Grenzen vervagen, talen niet!

Elsevier verwondert zich over ontwikkeling Nederlandse taal

Elsevier verbaasde zich al een keer eerder over de ontwikkeling van de Nederlandse taal. En in “Taal Twee” doet het weekblad dat opnieuw. Er is weer een bonte verzameling Nederlandse taal samengesteld. Soms nieuw en behoorlijk exotisch ten opzichte van wat we kennen. En andere keren opvallend om een andere reden en met een mooi verhaal. Het laat goed zien dat onze taal doorlopend in ontwikkeling is. Op het gebied van regels en richtlijnen, net als met betrekking tot gebruiken. En dat is belangrijk voor zowel taalkundigen als vertalers. Immers, een vertaling vanuit het Engels naar Nederlands of een andere taal naar de onze moet een goede omzetting opleveren. Naar de Nederlandse taal zoals we die vandaag de dag gebruiken.

Elsevier verwondert zich over ontwikkeling Nederlandse taal

Fraaie nieuwe woorden in onze taal

Elsevier zette een aantal fraaie nieuwe woorden op een rij. Goede voorbeelden daarvan zijn ‘mooiboy’ en ‘sporno’. Het zijn woorden die in de Dikke van Dale nog niet voorkomen, maar die ondertussen wel behoren tot het gebruikelijke taalgebruik in Nederland. Tenminste, in bepaalde delen van de samenleving.

En dat geldt ook voor ‘Vlinder’ als kindernaam en ‘dada’ voor ouders die tegen hun kleine kinderen spreken. Elsevier houdt ervan om zich te verwonderen over onze taal en schreef daar een bijzonder interessant boek over. Het vertelt waarom we wel ‘linksgekkies’ mogen zeggen, maar het niet over ‘negerin’ mogen hebben. Vanuit het taboe en waar dat woord op zich eigenlijk vandaan komt. Voor een interessante zoektocht in de Nederlandse taal, die iedereen ook buiten de vertaalbureaus veel kan leren.

Wel of geen vertalingen vanuit het Engels

Daarnaast is er natuurlijk altijd de discussie over woorden in het Nederlands, die daar oorspronkelijk niet vandaan komen. Waarom hebben we het namelijk over ‘awkward’ en over ‘oh my God’? Daar hebben we met ‘ongemakkelijk’ en ‘oh mijn God’ toch heel goede Nederlandse alternatieven voor? Als vertaalbureau werken we dagelijks met dergelijke kwesties. Om teksten en zinsdelen wel of niet te vertalen, afhankelijk van de doelgroep en de manier waarop de tekst in de brontaal is gestoken.

Ook buiten onze wereld van vertaalbureaus is het belangrijk om daar goed mee om te gaan. Bijvoorbeeld vanuit inzicht van wat er in de Nederlandse taal gebeurt. Om daar een beter beeld van te krijgen, aan de hand van dit leuke boek door Elsevier. Of om een beter begrip te krijgen van woorden zoals ‘gênant’ en ‘allememaggies’. Dat zijn immers ook twee alternatieven voor de eerder genoemde Engelse termen, maar komen in bepaalde delen van de samenleving steeds minder voor.

De taal in beweging

Onze taal is in beweging en dat is maar goed ook. We maken vertalingen vanuit het Nederlands naar allerlei andere talen en het Fries. En we moeten er als vertaalbureau voor zorgen dat we ook goed op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in onze eigen taal. Om er daarmee voor te zorgen dat we precies weten wat er speelt en hoe we teksten op de juiste manier kunnen vertalen. Vanuit het Nederlands naar andere talen en andersom.

Als vertaalbureau en liefhebber van de Nederlandse taal zijn we blij dat Elsevier zich over de Nederlandse taal verwondert en daar een boek over uitbrengt.  Want dat zijn we, ook al gaan er soms traditionele woorden verloren en komen er aan de andere kant steeds wat nieuwe woorden bij.